Toegang tot innovatie voor Nederlandse patiënten
Op dit moment hebben Nederlandse patiënten minder kans om de best mogelijke behandeling voor hun ziekte te krijgen in vergelijking met patiënten in andere Europese landen. Dat heeft allerlei oorzaken. Ten eerste wil Nederland weten welke waarde nieuwe medicijnen hebben ten opzichte van de huidige behandeling. Dat is heel belangrijk: niemand wil dat zorg vergoed wordt die het niet waard is. Maar deze beoordeling kost wel tijd.
Daarnaast neemt Nederland, nadat de waarde is aangetoond, veel tijd voor prijsonderhandelingen. Hoewel dat belangrijk is voor de betaalbaarheid van zorg, is het tijd die patiënten niet hebben. Inmiddels duurt het gemiddeld tussen de 650 en 795 dagen, nadat medicijnen beschikbaar zijn in Europa, voor Nederlandse patiënten ook toegang hebben.
Ten derde zien we dat het aantal studies in Nederland om verschillende redenen afneemt. Patiënten hebben dus ook minder kans op experimentele behandeling via deelname aan klinisch onderzoek.
Dat kan en moet anders. Wij zetten onze oplossingen op een rij.
In samenwerking met onderzoekers, artsen en verpleegkundigen helpen wij om ervoor te zorgen dat patiënten langer en beter leven met hun ziekte of, in sommige gevallen, genezen. Daarom denken we ook mee aan het verbeteren van ons zorgstelsel. Bijvoorbeeld door toegang tot innovatieve behandelingen slimmer te maken en systemen beter te laten werken voor patiënten.
Toegang tot zorg versnellen
Wanneer een potentieel medicijn zich in het lab bewezen heeft, wordt het getest in zogeheten klinisch onderzoek. Uit dat onderzoek volgt een dossier dat beoordeeld wordt door de Europese Medicijn Autoriteit (EMA). Nadat EMA een middel veilig en effectief heeft bevonden, start het vergoedingsproces in Nederland. Vanaf dit moment zouden ook Nederlandse patiënten zo snel omgelijk met dit middel behandeld moeten kunnen worden. Dat is nu niet het geval.
Wanneer de voorspelde totale kosten boven een bepaalde grens uitkomen wordt een medicijn in de zogeheten Sluis geplaatst. In deze Sluis bestaat het vergoedingsproces uit twee stappen: tijdens de eerste stap beoordeelt het Zorginstituut wat de waarde is van het geneesmiddel ten opzichte van de huidige behandelingen, wat de impact zal zijn voor het budget dat we aan de zorg uitgeven en wat we voor de innovatie per patiënt willen betalen (en voor welke patiënten). Dit is de basis voor de tweede stap: de daaropvolgende prijsonderhandeling tussen het Ministerie van Volksgezondheid en de fabrikant. Patiënten hebben tijdens deze twee stappen geen toegang tot het nieuwe medicijn. De tijd dat zij wachten is gemiddeld tussen de 650 en 795 dagen.
AstraZeneca pleit daarom voor het verslimmen van deze procedures. Direct na een positief advies van het Zorginstituut toegang voor patiënten, met een zogeheten overbruggingsvergoeding. Dat betekent dat patiënten direct na de toets van het Zorginstituut toegang tot innovatieve medicijnen krijgen.
Toegang tot zorg verbreden
Ongeveer 60 procent van de Nederlanders heeft één of meerdere chronische ziekten. Naarmate mensen ouder worden wordt het waarschijnlijker om ziek te worden: 96 procent van de 75-plussers heeft ten minste één chronische aandoening.1 Daarnaast krijgt ongeveer de helft van alle Nederlanders op enig moment in hun leven de diagnose kanker.2 Het aantal mensen met een ziekte is dus groot in Nederland. Door ontwikkelingen in de medische wetenschap leven mensen tegenwoordig langer en beter mét een ziekte. Ook voor kanker zijn de behandelmogelijkheden uitgebreid: we zien dat steeds meer mensen van kanker genezen. En voor wie genezing niet (meer) mogelijk is, bieden geneesmiddelen voor patiënten steeds vaker een kans op een langere overleving met vaak een goede kwaliteit van leven.
Maar daarvoor is het nodig dat de beschikbare behandelingen ook daadwerkelijk beschikbaar komen. En dat gebeurt lang niet altijd. Innovatieve medicijnen komen in sommige gevallen niet in aanmerking voor vergoeding, omdat zij niet door de toets van de oncologenvereniging komen. Maar dan moeten deze middelen wel met een vergoeding beschikbaar zijn. En de eisen voor toelating zijn hier vaak strenger dan nationale beoordelingen in andere Europese landen. Dat betekent dat niet alle medicijnen die in Europa beschikbaar zijn, ook beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten.
Ook wij geloven in de juiste zorg op de juiste plaats, en dat betekent: geen medicijnen voorschrijven waarvan je bij voorbaat kunt inschatten dat ze niet of onvoldoende werken. Daarvoor moet in de praktijk gekeken worden naar de meerwaarde van een medicijn. Maar het is buitengewoon belangrijk dat medicijnen wél in de gereedschapskist van de arts terecht komen.
Wij maken ons daarom hard voor het verbreden van toegang. Op een manier die patiënten helpt én die financiële risico's in bedwang houdt.
Innovatie zit verankerd in ons DNA. Dat betekent dat we niet alleen nieuwe medicijnen ontwikkelen, maar ook dat we op vernieuwende manieren toegankelijk maken voor patiënten. Ik vind het een uitdaging om creatief te zijn en mee te denken aan goede afspraken. Uiteindelijk is onze rol om, samen met beroepsverenigingen van artsen, het ministerie van Volksgezondheid en de inkopers van zorgverzekeraars en ziekenhuizen, werken aan betere, snellere, slimmere en efficiëntere zorg. Dat zijn niet alleen medicijnen, maar alle facetten van behandeling.
Investeren voor patiënten
Medicijnontwikkeling is kostbaar, risicovol en tijdrovend. Van elke 20 kandidaat-medicijnen tegen kanker, halen er 19 de patiënt niet. De behandelingen die wél de eindstreep halen, moeten vervolgens wel beschikbaar zijn voor patiënten. Natuurlijk omdat het de patiënt een behandeloptie geeft. Daarnaast is het ook van belang dat de investering terugverdiend kan worden, om ook de innovatie van de toekomst te financieren.
Referenties:
1. https://www.vzinfo.nl/chronische-aandoeningen-en-multimorbiditeit/leeftijd-en-geslacht
2. https://iknl.nl/nieuws/2023/kansopkanker
Veeva: NL-15635 /prod.03.2025