Toegang verbreden
Goede toegang is belangrijk voor patiënten van vandaag, maar ook voor patiënten over twee, vijf of tien jaar. In Nederland wachten patiënten gemiddeld bijna 800 dagen op in Europa toegelaten medicijnen. Toegang is dus complex. En als het om medicijnen tegen kanker gaat, dan is toegang vaak nog complexer.
Door ontwikkelingen in de oncologie genezen steeds meer mensen van kanker. En voor wie genezing niet (meer) mogelijk is, bieden geneesmiddelen voor patiënten steeds vaker een kans op een langere overleving met vaak een goede kwaliteit van leven.
Op dit moment hebben Nederlandse patiënten minder kans om de best mogelijke behandeling voor hun ziekte te krijgen in vergelijking met patiënten in andere Europese landen. Uit de Patients W.A.I.T. Indicator (gefinancierd door de Europese brancheorganisatie EFPIA, 2026) blijkt dat slechts 41 procent van de in Europa goedgekeurde behandelingen tegen kanker in Nederland vergoed wordt. Daarmee loopt Nederland flink achter bij Europese buurlanden en staan we op plek 22 van 27. Dat wordt ondersteund door analyses van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en van het Zorginstituut zelf.
Maar dan moeten deze middelen wel met een vergoeding beschikbaar zijn. En de eisen voor toelating zijn hier vaak strenger dan nationale beoordelingen in andere Europese landen. Dat betekent dat niet alle medicijnen die in Europa beschikbaar zijn, ook beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten.
Ook wij geloven in de juiste zorg op de juiste plek, en dat betekent: geen medicijnen voorschrijven waarvan je bij voorbaat kunt inschatten dat ze niet of onvoldoende werken. Daarvoor moet in de praktijk gekeken worden naar de meerwaarde van een medicijn. Het is dus buitengewoon belangrijk dat medicijnen wél in de gereedschapskist van de arts terecht komen.
De best passende, meest persoonlijke zorg voor patiënten
Goede toegang is belangrijk voor patiënten van vandaag, maar ook voor patiënten over twee, vijf of tien jaar. Toegang is complex en als het om medicijnen tegen kanker gaat, dan is toegang zelfs nog complexer. Neem de behandeling van solide tumoren. Artsen verenigd in de commissie ter Beoordeling van Oncologische Middelen (cieBOM) van de beroepsgroepen voor oncologie (NVMO) en longziekten (NVALT), adviseren op basis van een eigen model - PASKWIL - welke nieuwe oncologische medicijnen voldoende meerwaarde hebben ten opzichte van de bestaande behandelingen. Ze zijn daarin strenger dan nationale beoordelingen in andere Europese landen. Dat betekent dat niet alle medicijnen die in Europa beschikbaar zijn, ook beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten.
PASKWIL is 25 jaar geleden ontwikkeld om eenduidig en volgens vaste criteria nieuwe ontwikkelingen in behandelingen te beoordelen. Wanneer innovaties niet als positief worden beoordeeld, vervalt de kans op toelating tot de basisverzekering. Hierdoor komt deze behandeling niet in de gereedschapskist van de arts terecht en hebben patiënten geen toegang tot de behandeling. Dat is een inperking van de autonomie van de arts. Bovendien leidt het ertoe dat Nederland geen interessant onderzoeksklimaat heeft omdat de Nederlandse behandelstandaard afwijkt van de internationale behandelstandaard. Met als gevolg: stilstand van innovatie in de Nederlandse gezondheidszorg.
Ook wij geloven in de juiste zorg op de juiste plek, en dat betekent: geen medicijnen voorschrijven waarvan je bij voorbaat kunt inschatten dat ze niet of onvoldoende werken. Daarvoor moet in de praktijk gekeken worden naar de meerwaarde van een medicijn. Dat noemen we doelmatige inzet van zorg of passende zorg. Het is dus buitengewoon belangrijk dat medicijnen wél in de gereedschapskist van de arts terecht komen, en niet al vóór die meerwaarde- en doelmatigheidstoets niet toegelaten worden.
Daarover schreven we dit achtergronddocument >>
Waarde voor patiënten beter meten
De afgelopen decennia hebben we grote stappen gezet in het diagnosticeren en behandelen van patiënten met kanker. Betere diagnose en persoonlijke behandeling hebben er bovendien toe geleid dat voor steeds meer tumortypes kanker geen gegarandeerde doodsoorzaak is, maar dat de ziekte soms lange tijd onder controle gehouden kan worden. Leven mét de ziekte is dan het doel.
Om de effectiviteit van behandeling te meten wordt er in klinisch onderzoek gewerkt met zogeheten eindpunten of uitkomsten: het resultaat van een bepaalde behandeling of interventie, in een specifieke onderzoeksgroep. De trend is dat de totale overleving (OS) een belangrijkere plaats in gaat nemen in de waardebepaling (HTA) van nieuwe behandeling, met minder aandacht voor andere relevante eindpunten, zoals progressievrije overleving (PFS). Dat is dus tegenovergesteld aan de wetenschappelijke vooruitgang, waarmee kanker soms lange tijd onder controle gehouden kan worden, maar nog niet, of niet meer, genezen kan worden.
Focus op totale overleving heeft als gevolg dat sommige behandelingen - die de ziekte onder controle houden, maar niet genezen - niet meer toegelaten worden in de gereedschapskist van de arts. Zo wordt de patiënt een mogelijke behandeling ontnomen die wel degelijk meerwaarde kan bieden.
We vinden dat de waardebeoordelingen vernieuwd moeten worden om gelijke tred te houden met de snelle innovatie. Alleen zó kunnen we holistischer kijken naar de waarde van geneesmiddelen en er met elkaar voor zorgen dat mensen met kanker kunnen profiteren van deze vooruitgang. Wij pleiten voor het moderniseren van de waardebepaling, geënt op wat belangrijk is voor patiënten en op de vooruitgang in de oncologie.
<< Lees meer over omgaan met onzekerheden
Het vernieuwen van waardebeoordeling gaat ook over het beoordelen van eindpunten. Overleving, ofwel overall survival (OS), wordt door Zorginstituut Nederland (ZIN) beschouwd als een zogeheten ‘cruciale uitkomst’. Bekende uitkomstmaten zijn onder andere de progressievrije overleving (progression free survival, PFS) of ziektevrije overleving (disease free survival, DFS). Er zijn ook vormen van kanker waar PFS met behoud van kwaliteit van leven een belangrijkere uitkomst voor patiënten is dan OS, zeker bij vormen van kanker met een lange levensverwachting. Overleving zonder progressie van de ziekte wordt door ZIN als een surrogaatuitkomst van OS beschouwd. Daarmee lijkt de rol van PFS ten opzichte van OS bij vergoedingsbeslissingen ondergeschikt.
Lees meer over onze visie op uitkomstmaten >>
Patiënten verdienen een goed onderzoeksklimaat
Toegang versnellen heeft nóg een belangrijk voordeel. Nieuwe medicijnen worden in internationaal klinisch onderzoek over het algemeen getest ten opzichte van de laatste innovatie. Als die innovatie niet in Nederland beschikbaar is, zal Nederland bij nieuw geneesmiddelenonderzoek worden gepasseerd. Hierbij gaat onze innovatiekracht als onderzoeksland verloren en, belangrijker nog, gaat de mogelijkheid om in studieverband toegang te krijgen tot de allernieuwste innovatie verloren voor Nederlandse patiënten.
In het kort: patiënten met een bepaalde vorm van longkanker krijgen nu standaard behandeling A. Dan wordt nieuwe behandeling B vergeleken met de uitkomsten van behandeling A, en krijgt behandeling B op basis daarvan een positief advies van de commissie ter Beoordeling van Oncologische Middelen (cieBOM). Patiënten krijgen op die manier toegang tot innovatieve medicijnen.
Wanneer de oncologenvereniging het verschil tussen B en A als te klein beoordeelt, zullen zij negatief adviseren. Nieuwe behandeling B wordt dan niet opgenomen in het verzekerd pakket en is dus niet beschikbaar voor patiënten.
Over de jaren wordt onderzoek gedaan naar behandeling C en dat krijgt van de Europese medicijnautoriteit (EMA) toegang voor Europese patiënten. In Nederland kunnen die studieresultaten niet beoordeeld worden, omdat het onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van middel C is vergeleken met behandeling B. Daarmee komt ook behandeling C, na eerder behandeling B, niet beschikbaar voor patiënten in Nederland. Te strenge criteria voor de beoordeling van nieuwe middelen zijn daarmee niet alleen een probleem voor patiënten van vandaag, maar ook voor patiënten van morgen en overmorgen.
De beperkte toegang heeft dus een groot sneeuwbaleffect. Ook voor onze positie als onderzoeksland, want zonder ervaring met de nieuwste middelen kunnen artsen geen bijdrage leveren aan klinisch onderzoek. Nederland kan niet meer aan deze studies deelnemen. Daarmee wordt patiënten de kans op innovatieve behandelopties onthouden en het zet druk op het behouden van de onderzoeksafdelingen in de Nederlandse ziekenhuizen.
Bij alles wat we doen staan patiënten en hun naasten centraal. Onze innovatie en onze ontdekkingen moeten de medische praktijk steeds verder verbeteren zodat de manier waarop ziekte wordt behandeld en leven met een ernstige (chronische) ziekte dragelijker wordt. We werken samen met artsen, patiëntenorganisaties, onderzoekers en zorgverzekeraars aan nieuwe standaarden voor screening, diagnostiek en behandeling. Daarom blijven we ons uitspreken voor het verbeteren van medicijntoegang voor patiënten.
Veeva: NL-15636/prod.03.2025